Asplenium scolopendrium

 4,95

100 op voorraad

De groeiplaats van deze soort is veelal op vochtige, schaduwrijke en op een overwegend kalkrijke bodem. De bladveren kunnen 60 cm lang worden en vormen bundels. De bladstelen zijn purper-zwart en hebben bruine schubben. De bladschijf is tongvormig, langwerpig of lancetvormig en heeft iets gegolfde gave randen. In het begin is de bladkleur lichtgroen, maar later wordt deze donkerder en gaat het blad glanzen. De sporenhoopjes zijn lijnvormig en staan loodrecht op de hoofdnerf. Eerst zit aan elke kant een dekvlies, maar dit wordt bij rijping weggedrukt. De sporen zijn tussen juli en oktober rijp.